|
Spookverhalen op Augustinus |
|
Geschreven door Carlijn van Donselaar
|
|
donderdag 16 augustus 2007 |
Terwijl de tuin op Augustinus donderdagmiddag gevuld is met mensen die genieten van bier en livemuziek, is het ook binnen een drukte van belang. De promotiecommissie heeft haar handen vol aan nieuwsgierige EL CID-deelnemers. In de ‘Saint’, de grote zaal beneden, begint Robbertjan zijn rondleiding door het pand aan een groep die onder andere uit internationale studenten bestaat. Om de stem van Robbertjan te sparen, vertaalt een meisje zijn informatie in rap tempo voor de engelssprekenden in het gezelschap. De studenten maken een uitgebluste indruk; de drukte van de afgelopen dagen heeft er duidelijk ingehakt. Pas bij het verhaal over Antje, een huishoudster die zichzelf in de jaren zestig zou hebben opgehangen op de zolder en wier geest nog altijd ronddwaalt, luistert men vol belangstelling. Er wordt verteld dat het bestuur van Augustinus elke borrelavond om 23.46 uur, het tijdstip waarop Antje stierf, een glaasje port drinkt om de huishoudster te herdenken. Beneden staat een rij mensen te wachten tot ze zich kunnen inschrijven. Een jongen bekent dat hij nog een tijd heeft getwijfeld tussen Quintus en Augustinus, maar dat hij donderdag een mooie dag vond om de knoop door te hakken. Buiten blijkt de geplande kluisroeiwedstrijd in het Rapenburg, georganiseerd door twee eerstejaarscordialen, niet door te kunnen gaan omdat er te veel wind is. Niemand lijkt dit erg te vinden en er wordt druk geborreld op de boot, waar helaas maar weinig EL-CID-deelnemers te bekennen zijn: zou iedereen al binnen zijn of durft men niet meer na het horen van het spookverhaal over Antje? (CD)
|