|
Een ding wist Cornald Maas zeker toen hij in 1980 naar Leiden kwam voor de studie Nederlandse Taal en Letterkunde. Hij zou in ieder geval niet lid worden bij Minerva. Toch bracht de journalist, songfestival- commentator en tv-criticus een groot deel van zijn studententijd juist bij deze vereniging door. ‘Ik ben altijd kritisch geweest, maar kon er mijn eigen weg gaan.’
Cornald Maas groeide op in een middelgrote stad uit West-Brabant. ‘Iedereen van mijn middelbare school ging studeren in Nijmegen of Tilburg. Niemand wilde naar Leiden, laat staan Amsterdam,’ vertelt hij. Maar Maas koos bewust voor een studie buiten de bekende omgeving. ‘Ik hield er erg van om te debatteren, en ik dacht dat discussies in het westen veel beter gevoerd konden worden. Daarnaast wilde ik graag de bakens verzetten.’ De stap naar Leiden was groot voor een jongen uit Brabant. Hij was pas zeventien toen hij ging studeren, en volgens eigen zeggen groen als gras. Ook van het verenigingsleven wist hij nog weinig. ‘Op onze middelbare school was er wel eens een bijeenkomst geweest waarbij oud leerlingen over hun studententijd vertelden. Daar zat ook zo’n ballerig type bij.’ Maas was er vanaf dat moment van overtuigd dat het corporale milieu niets voor hem was. Met die gedachte, maar verder onbevangen ging hij de EL CID in.
‘Braaf ben ik overal langsgetrokken. Ik zat in een groepje met een paar aankomende Quinten. Quintus was toen een vrij nieuwe vereniging die bezig was zichzelf te ontdekken. De mensen uit mijn groepje leken mij wel aardig, en Quintus leek mij – minder dan Minerva – een brug te ver. De rest van de verenigingen vond ik te sloom, en het leek mij wel zinvol lid te worden omdat ik verder niemand uit Leiden kende.’ Zo kwam Maas in zijn eerste jaar bij Quintus terecht. Het zou bij één jaar blijven. ‘Via mijn studie maakte ik veel contacten met mensen van Minerva. Ook in de kroeg kwam ik mensen van andere verenigingen tegen, en ik kwam veel over de vloer op Rapenburg 120, een bekend Minerva-huis.’ Hij realiseerde zich dat zijn vooroordelen kennelijk niet terecht waren geweest. Toen veel van zijn vrienden na een jaar de overstap van Quintus naar Minerva maakten deed Maas dat ook. ‘Ik was nieuwsgierig naar een milieu dat ik niet kende. Bovendien was ik benieuwd geworden naar de verhalen over codes en rituelen,’ legt hij de overstap uit. ‘Ten dele zijn de verhalen waar, maar ik had wel de mogelijkheid mijn eigen weg te gaan. Ik ben gaan schrijven voor het verenigingsblad en de almanak, en lezingen gaan organiseren, eigenlijk in een notendop wat ik nu doe. Minerva was toen zeer gevarieerd. Ik kon discussies voeren over politiek of literatuur. Natuurlijk was er het gebral en macho gedrag, maar dat bleek slechts een facet,’ ontdekte hij.
Aan zijn Leidse studententijd heeft Maas niet veel vrienden overgehouden. ‘Velen ben ik uit het oog verloren, maar een van mijn beste vriendinnen ken ik nog van Minerva. Ze woont nu bij mij om de hoek en is advocaat, maar bier drinken kan ze nog steeds, net als vroeger,’ vertelt hij. Na zijn studie verhuisde Maas naar Amsterdam. ‘Ik miste tijdens mijn studie het contact met Leiden buiten de verenigingen. Door mijn activiteiten voor de 3 Octobervereniging en het Leids Universiteits Fonds had ik wel contact met het niet studerende deel van Leiden, toch had ik het gevoel dat de Leidse studenten zich onttrokken aan de wereld. Het Leidse studentenleven is als een eiland: palmbomen en veel bier, maar het is niet de echte wereld. Na mijn studententijd was ik toe aan een nieuwe fase.’
Met de vereniging heeft Maas bijna geen contact meer. ‘Mijn jaarclub organiseert nog wel jaaretentjes, maar daar ga ik nooit heen. Het is jammer dat de vereniging zo weinig gebruik maakt van hun contacten met oud leden. Minerva heeft een slecht imago in de media. Ik zou ze daar goed over kunnen adviseren, en er zijn meer oud-Minervanen die de wereld van tv en kranten zeer goed kennen. Misschien vinden ze dat op Minerva minder belangrijk, maar we zouden zeker kunnen helpen.
Een tip van Cornald Maas voor de EL CID deelnemer: ‘Ga de EL CID week vooral onbevangen en zonder vooroordelen in. Maak pas na een week de balans op.’ Daarnaast wijst hij er op dat je niet verplicht lid hoeft te worden bij een grote vereniging. ‘Leiden kent ook veel studie- of sportverenigingen waar je sneller contact kan leggen met studiegenoten. Een vereniging versterkt hooguit wat toch al in je huist. Het geeft je de mogelijkheid jezelf te organiseren, maar als je sociaal bent en duidelijke ambities hebt kun je ook zonder vereniging een prima studententijd hebben,’ vindt Maas.
|